Mijn grote liefde Damascus

Kan je van een stad houden? Vandaag gaan we naar Damascus. We hebben twee dagen genoten van het weerzien, het zwembad en de rust in de villa net buiten de stad. We hebben gewacht tot de hitte te harden was en nu zitten we (met z’n tienen!) in de auto, op weg naar waar het allemaal begon.

Voor mij was het liefde op het eerste gezicht. Ik herinner me die eerste keer in Damascus nog goed. Ik was onderweg naar Beiroet, waar ik mijn onderzoeksstage zou lopen. Maar ik vertikte het een duur ticket te kopen, in plaats daarvan was ik naar Istanbul gevlogen. Daar nam ik treinen en bussen die me dwars door Turkije en Syrië naar Libanon brachten. Die beslissing, gemaakt vanuit mijn studentenkamer in Rotterdam, heeft de rest van mijn leven gevormd.

Mijn eerste kennismaking met Damascus was dankzij twee Duitse studenten, die in Damascus de Arabische taal leerden. Ik mocht bij ze logeren in een ‘Damascene house’, het traditionele huis zoals de oude binnenstad er vele kent. Zo’n huis met een fontein in het midden, omringd door een marmeren vloer en veel planten. Hier woonden vaak meerdere families samen, maar deze huizen leenden zich ook prima als studentenhuizen. Damascus was toen, voor de oorlog, een hotspot voor internationale studenten. Toen ik even van dat leven mocht proeven, wilde ik het liefst blijven. Ik was opslag verliefd.

Een Damascene house, hier omgebouwd tot een restaurant

Toch duurde het nog even voordat ik er definitief ging wonen. Ik had nog een onderzoeksstage af te ronden in Beiroet en er moest ook een scriptie komen. Bovendien verhuisde ik eerst naar Aleppo, mijn eerste Syrische woonplaats. Maar in Damascus beleefde ik de gelukkigste periode in mijn leven, denk ik nu. Dat ik de stad in 2011 moest verlaten was me zwaar gevallen en ik heb lang terugverlangd naar deze zorgeloze tijd, in een zorgeloze stad.

Deze herinneringen schieten door mijn hoofd, als Damascus opeens achter de bergen opdoemt. De nieuwe Syrische vlag wappert hoog boven de stad, die er vanaf hier zo vredig bij ligt. We passeren het paleis, waar nu Ahmed al-Sharaa verblijft. Hij zou eens gezegd hebben dat hij regelmatig op de stad neerkijkt vanaf deze plek en denk: deze plek verdient het allerbeste. Het uitzicht vanaf hier heeft iets magisch. Stiekem pink ik een traantje weg. Dan glijden we naar beneden, de drukke straten in.

Het euforische moment maakt al gauw plek voor chaos en verwarring. We kunnen nergens parkeren. We vinden uiteindelijk een plekje buiten het centrum, waar we in een taxi springen, nu met elf personen want er kwam een chauffeur bij. Ik zie hoe mijn dochters overrompeld worden door de drukte en hoe ook mijn man de chaos niet meer als zijn natuurlijke habitat herkent. Hij is een Nederlander geworden, bedenk ik en ik moet er stiekem om lachen. Mijn schoonfamilie beweegt zich ondertussen soepeltjes door de menigte.  

Die eerste avond doen we een toeristisch rondje. De oude souk, de Ummayad Moskee en Bakdash, waar het wereldberoemde melk-ijs wordt geserveerd. Hier komen we terecht in een klein feestje; het personeel bejubeld de overwinning op Bashar al Assad met zang en drum door de grote staven, waarmee het ijs gestampt wordt, ritmisch heen en weer te bewegen. Alles lijkt nog hetzelfde als toen, maar toch ook weer niet. De sfeer is ontspannen en de mensen zijn blij. Overal wil iedereen je laten weten dat ze in een nieuw tijdperk zijn beland. Ik denk nog een keer terug aan de spanning die ik voelde voordat ik vertrok vanuit Nederland. Het is helemaal weg, ik geniet met volle teugen.

Wil je mijn verhalen over Syrië in je mail ontvangen? Schrijf je dan in voor mijn Substack Majorie terug naar Syrië.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *