Ik las laatst in de krant dat 84 Syriërs vrijwillig waren teruggekeerd naar Syrië. Mijn dochters horen het op het Jeugdjournaal. Het maakt indruk. We zijn op dat moment net terug van een zesweeks bezoek aan Syrië. Het is het land van hun vader, mijn man, inmiddels Nederlander. Na veertien jaar konden we voor het eerst terug.
Het was een fantastische reis, laat ik dat voorop stellen. Allereerst vanwege het weerzien van en de kennismaking met de Syrische familie. Maar we bezochten ook de mooiste plekjes, liepen in de bergen, zwommen in de zee en haalden ons hart op in Damascus. Dat kon allemaal, want de oorlog is, op een aantal plekken daargelaten, voorbij. Er is niet langer sprake van een dictatuur. We waanden ons veilig.
Maar de reis had ook een keerzijde. Want we zagen wel de gevolgen van de oorlog. Ook mijn kinderen zagen het. De beelden kwamen ongefilterd binnen. De inslag van de Israëlische raket in Damascus. De ruïnes van wat ooit de oude stad van Aleppo was. En dan de kapotgeschoten huizen, hele dorpen waar niets meer van over is. Deze maakten de meeste indruk. ‘Wij zouden hier niet kunnen wonen’, klonk het vanaf de achterbank.

Rondom Aleppo was de verwoesting enorm. Hier lagen dorpen met namen die niets meer betekenen. Huizen, scholen, winkels en moskeeën, alles in puin. Hier huizen slechts nog herinneringen aan een leven. Terwijl we hier doorheen rijden, vraag ik me af waar de oorspronkelijke bewoners nu zijn. Wat doe je, als je dorp niet meer bestaat? Vluchten naar een ander dorp? Een ander land? Misschien zijn ze nu in Nederland, in een azc of druk aan het inburgeren om bij een nieuwe gemeente te mogen horen.
En toen realiseerde ik me, dat ze daar misschien wel niet mogen blijven. Syrië is nu immers een veilig land. In Nederland is daarentegen een woningcrisis. Het liefst sturen we zo snel en zo veel mogelijk Syriërs terug naar het land waar je immers ook gewoon op vakantie kunt gaan, want dan kun je er vast ook prima wonen. Sinds kort mag de IND aanvragen van Syrische asielzoekers weer beoordelen. Helaas maakt het niet langer bekend welke criteria het daarbij gebruikt. Ik vermoed dat het begrip woningcrisis in de Syrische context tot weinig verbeelding spreekt.

Dat er mensen zijn die wel terug kunnen, vind ik fantastisch. Ik lees dat al 700 Syriërs zijn teruggekeerd, het is ze gegund. Met een terugkeerondersteuning van 2.800 euro per volwassene kunnen ze een nieuwe start maken in eigen land. Maar met dit bedrag, zelfs met de toeslag van 1.650 per minderjarige, kun je bij lange na geen nieuw huis bouwen, laat staan in een dorp waar verder niemand woont. Dat de gemiddelde azc’er daar geen potje voor heeft, hoef ik niet uit te leggen.
Ik vertel graag over Syrië en ons mierzoete verhaal, waarin alles deze zomer op zijn plek viel. Tegelijkertijd schuurt het, want ergens weet ik ook dat het bijdraagt aan dat idee, dat alles daar koek en ei is, en dat is voor veel mensen nog lang niet het geval. Veiligheid is niet alles. Het land ligt in puin, en er zijn nog maar weinig middelen beschikbaar om het weer op te bouwen. De regering zorgt, en nog lang niet overal, voor de infrastructuur. Een huis opnieuw bouwen moet je zelf doen.

Nog geen week nadat ik terug was in Nederland, kwam ik een Syrische vluchteling tegen. Hij komt uit het gebied ten noorden van Aleppo. Zijn huis bestaat niet meer. Hij woonde een tijd in een andere stad, daarna in Libanon en nu in een azc in Nederland. Daar wacht hij zijn aanvraag af. Hij is slechts 19 jaar. Het gevoel van een thuis kent hij niet. Al sinds zijn vijfde was hij op de vlucht.
Ik mag toch hopen dat de IND naar zijn verhaal luistert. Want teruggaan is echt niet altijd thuiskomen, dat heb ik nu met eigen ogen kunnen zien.
Dit verhaal is oorspronkelijk gepubliceerd op de Substack van Dwarsliggers: https://lnkd.in/eBMx3va6
