Drie zussen, met in totaal vijf neven, twee nichten en de vrouw van de oudste neef. Ze staan op ons te wachten. Al de hele nacht. Ze hebben niet kunnen slapen. Al maanden zijn ze bezig met de voorbereidingen. Het vinden van een villa waar we allemaal zouden verblijven, de inrichting, passende zwemkleding en welkomstcadeaus; aan alles hebben ze gedacht.
En dan is het nu zo ver. Nog even en dan kunnen ze hun broer na veertien jaar weer in hun armen sluiten.
Vijftien jaar geleden ontmoetten we elkaar. Hij zat op een stoel in de wachtkamer van het taalinstituut waar ik lesgaf. Hij had een pet op, nette kleding en keek strak voor zich uit. Het leek alsof hij me niet wilde zien, maar toch wel. Ik, die vreemde buitenlandse vrouw die hier Engelse les stond te geven terwijl dat niet mijn eigen taal was. Hij, kleinzoon van een sheikh.
Eigenlijk had hij geen Engelse les nodig. Zijn tweede taal was prima op orde. Hij kwam vooral om te kletsen, en dat deed hij in mijn conversatieklas. We hadden het over alles; de ideale partner, de westerse cultuur, familietradities; alleen politiek lieten we buiten beschouwing, want daar werd niet over gepraat in het Syrië van toen. Het waren – ook voor mij – waardevolle lessen, waarin een groep even conservatieve leerlingen openlijk durfde te praten over soms best uitdagende onderwerpen.
Na een tijdje vroeg hij of hij me mocht vergezellen op mijn wandeling terug naar het centrum. We liepen steeds vaker samen door de stad. We pasten eigenlijk niet bij elkaar en toch bleven we elkaar opzoeken. Als ik er aan terugdenk, kan ik nauwelijks geloven dat hier de kiem ontsprong van het verhaal dat ik nu vertel.

Het duurde niet lang, deze zorgeloze dagen. Want 2011 was het jaar waarin de Arabische Lente Damascus bereikte. Hoewel het nog lang zou duren voordat hier een nieuwe leider op zou staan, wisten we toen al dat we deze prille liefde beter ergens anders konden laten opbloeien. En zo kwam het dat we Syrië verlieten, nog voordat we de kans hadden gekregen om het serieus te noemen. Dat ik mijn schoonfamilie pas 14 jaar later zou ontmoeten, had niemand gedacht.
Ik heb het moment nog heel veel keer afgespoeld in mijn hoofd. Die eerste omhelzing met hun geliefde broer, die ochtend toen we aankwamen bij de villa. Ze vlogen hem om de nek, dikke tranen en kreten van geluk. Ik kan het nog horen en kan er huil ik er weer bij. Na zoveel jaar je familie weer in je armen sluiten. Dat is geluk.
Ikzelf was met de kinderen aan de andere kant van de auto uitgestapt en was bewust aan het treuzelen, om dit moment niet te verstoren. Maar al snel kwamen ze ook ons begroeten. Het voelde niet als een ontmoeting, maar een hereniging. Dikke knuffels en heel veel tranen. Zonder woorden leken we allemaal te willen zeggen: ‘eindelijk!’ Het was gelijk goed en het ging niet meer weg. Dit was familie.

Wil je mijn verhalen over Syrië in je mail ontvangen? Schrijf je dan in voor mijn Substack Majorie terug naar Syrië.
